Modelbouw Atelier Apeldoorn

De Climax van GAStronomie

Door: Nick Moeken

 

Een collector’s item van Aster, de Climax


Net als de Heisler en de Shay locomotieven was ook de Climax voor houtransport vanuit de Amerikaanse bossen gebouwd.
Het eerste ontwerp startte als een platte wagon met twee cilinders aan beide zijden en een recht opstaande ketel. De uiteindelijke uitvoering van “The Climax Manufacturing Company” uit Corry in de staat Pensylvania was een ééndelige locomotief met twee cilinders, die aan weerszijde van de locomotief onder een helling van vijftien graden bevestigd waren.
De aandrijving vond op alle assen plaats. Later zou een uitvoering met een aparte tender worden gebouwd.
De Japanse fabrikant van Live-steam modellen, ASTER koos voor haar versie dit laatste model, de versie met drie draaistellen. Ieder 2-assig draaistel , werd door een langs-as, midden onder de locomotief met haakse overbrengingen aangedreven.
In 1930 hield The Climax Company op te bestaan.

Samen met de Amerikaanse Union Pacific Big Boy en de Duitse S 2-6 behoorde ook de Climax in 1981 bij de eerste modellen van Aster met gasgestookte ketels. In december 1981 werd dit model voor het eerst aangeboden en bleef tot 1985 in productie. Het model werd in drie versies geleverd. Zo kon men kiezen uit twee afgebouwde modellen, één elektrisch en één live steam en van deze laatste versie nog een bouwpakket.
Ons testmodel komt kant-en-klaar gebouwd uit de voorraadkamer van de Zwitserse distributeur Fulgurex, die overigens in 1999 met de Europese distributie van Aster modellen is gestopt. Helaas is de oorspronkelijke verpakking van ons model in de afgelopen twintig jaar vergaan, en wordt de locomotief alleen van het oorspronkelijke accessoire pakket en een gekopieerde handleiding begeleid.
Het doet niets af aan de lol. Want lol hebben we een middag lang gehad.

Stel je het volgende voor: Henk Bunte van Modelbouwatelier Apeldoorn en journalist Nicky Moeken spreken een zondagmiddagje stomen af. Normale mensen staan dan ergens voor een sauna te wachten. Deze mannetjes niet.
Zij maken wat rails schoon, laten de koffie aanrukken en pakken een tiental wagonnetjes, die door verschillende locomotieven gedurende de komende middag, rondje na rondje getrokken zullen worden. Twee locomotieven krijgen deze middag speciale aandacht, een Anna uit de zeventiger jaren van het Duitse modelbouwbedrijf Beck uit Kassel en onze reeds geïntroduceerde Climax.
Nadat we het eerste uur aandacht aan de Anna hadden gegeven -later hierover meer- werd het tijd de Climax op te stoken. Bij zo´n eerste opstookpoging zie je direct veel details. Om te beginnen moet je de tender aan de loc koppelen. Daarvoor moet je maar liefst vier zaken aansluiten. De eerste is eenvoudig, maar bepaald niet onbelangrijk.Het gaat hier om de langsas van het tenderdraaistel. Deze schuif je zonder draaien of schroeven zo inelkaar. Vervolgens “clippen” we de koppeling van tender aan de locomotief, waarbij de pin onder de loc van een beschermkapje is voorzien, dat je naar beneden moet drukken, voordat je kunt koppelen. Dan krijgen we de verschillende slangen, één voor water, één voor gas en één voor het terugvoeren van ketelvoedingswater, via de bypass op de loc, naar de tender. Ja, ik zie het … vijf aansluitingen dus! Twee worden vastgeschroefd, een wordt over een pijpje geschoven.

De ketel is van het type “centrale vlampijp” met de gasbrander in deze pijp. Er kan 180 cc gedistilleerd water in. Geen gedistilleerd voor handen, zorg dan voor gefilterd regenwater. Kraanwater is altijd de slechtste keus, al is het tegenwoordig in veel delen van Nederland zogenaamd `kalkzacht`.
De details rondom de ketel zijn in een woord fraai, maar wel fragiel. Met de leidingen moet je voorzichtig omspringen. Voor je het weet, moet de soldeerbout te hulp worden geroepen om ze weer vast te maken. De bel en twee ketelopeningen met afblaasventiel zijn precies geplaatst, zoals op originele foto´s te zien is.
Wel heb ik moeite met de letters op de deur van de cabine. Deze staan voor Colorado en North Western Railroads. Nooit van gehoord. Met het voordeel van de twijfel nemen we het graag van Aster aan. `Logging` werd door vele kleine, soms familiebedrijven, bedreven.

Van de besturingshendels in het stuurhuis krijg je trillende lippen. Je slikt wat, en met een nat hoornvlies zet je het ganghendel in “vooruit”. Er zijn in totaal vijf standen, maar de tussenstanden worden in de praktijk niet gebruikt. Het is òf vooruit òf achteruit òf neutraal. Logisch toch! Een andere hendel gebruik je om de secundaire luchttoevoer voor de gasbrander in te stellen. Hierover zo meer. Dan heeft men voor de regulateur een geisoleerd handwieltje aangebracht. Het werd Henk even teveel. Met een snelle handveeg werd de traan … het werd tijd voor een sanitaire stop.

Iedereen, die met een gas gestookte Roundhouse, Pearse, Regner of Locomotion heeft gereden, kan in een wip met deze Climax aan de haal. De routine is niet anders dan bij bovengenoemde merken. Je vult, d.m.v. de handpomp in de tender, de ketel met water, verse stoomolie in het smeertoestel en gas in de gastank op de tender, waarna je via de schoorsteen de brander aansteekt en vervolgens de geproduceerde stoom naar zo´n vier bar keteldruk ziet groeien. Maar niet alles gaat zo maar van een leien dakje. Om te beginnen, moeten we meteen vaststellen, dat Aster twintig jaar geleden slechts kleine gaatjes in zijn locomotieven voor stoomolie maakte. Het lukt maar net om de spitse sluiting van het olieflesje in het gaatje te prikken. Vervolgens vullen we de tender met water en slaan we aan het pompen. Je moet aardig wat wegpompen, wil je het water in het peilglas zien stijgen. Eerst denk je ´die is stuk´, maar uiteindelijk komt ´ie omhoog.
Die traagheid doet me ergens aan denken. Ach, we dwalen af.
Uiteindelijk ontdekken we ook, dat het ventiel op de gastank niet super is. Hij lekt, zachtjes, maar hij lekt. Het kan geen kwaad. Henk houdt zelfs een vlammetje bij de aansluiting, dat vervolgens zachtjes blijft branden. Hierna steken we het gas aan via een vlammetje bij de schoorsteen aan. Dit is een balanceertruc. Weet je nog, die ene hendel. Ja, voor het instellen van de sucundaire verbrandingslucht. Deze hendel is met een ring om het branderhuis bevestigd. Het geheel kun je over het huis heen en weer bewegen. In het huis zitten gaten voor de sucundaire luchttoevoer. Deze kun je dus met de ring op de juiste mengverhouding instellen. Zodra de vlam in de vlampijp terugslaat, merk je dat de brander zachtjes gaat fluiten. Opnieuw verplaats je ring iets meer over de gaten, en het fluiten verstomt.

De Climax heeft een paar bijzondere voordelen. Zo kun je deze locomotief prima onder controle houden. Tussen de machine en de wielen zit een zeer forse overbrenging. Aster locomotieven willen nog wel eens ‘runaways’ worden, maar dit model is zeer beheersbaar. Hij rijdt in één woord prachtig. Ook het Aster ‘probleem’ van grote bogen, is hier niet van toepassing. De Climax manoeuvreert door alle bochtsoorten. Toch blijven grote bochten, eigenlijk alleen van Peco of Thiel, aan te bevelen. Waarschijnlijk zul je later voor meer Aster locomotieven kiezen, die dan grotere bochten vereisen, en bovendien ziet het er veel beter uit. Krappe LGB bochten zijn bij professionele modellen een kinderachtig gezicht. Ook Märklin heeft, ondanks zijn fraaie Spoor 1 modellen, nog geen bochten met een radius van drie meter doorsnee.
Ruim een half uur rijdt de Climax zijn rondjes. Met uitzondering van een stopbeurt voor gas kan dit model de hele dag onder stoom gehouden worden. Eén ding is zeker. Hij trekt aandacht en vraagt om bewondering. Als je ooit de Bachmann Climax hebt mogen bewonderen, dan zie je hoe goed de Japanners met alle onderdelen zijn omgesprongen.

 

 

Het is nog maar een paar graden boven nul. De Climax draait bij ondergaande zon nog enkele rondjes. Zo’n dagje treinen merk je. Eenmaal thuis bij de kachel zak je onderuit, en droom je verder van dit unieke exemplaar. De Aster Climax is inmiddels twintig jaar oud, maar nog even vitaal als de eerste dag, dat ze uit meer dan 2500 onderdelen werd samengesteld. Slechts 370 exemplaren werden met materiaal van ruim 150 Japanse bedrijven gemaakt. Een staaltje vakmanschap om jaloers op te zijn. Hij had nog wel even door kunnen draaien. Ik daarentegen, heb al geruime tijd mijn paspoort aan dromenland gegeven.

 

 

Powered by the Spirit CMS